Ervaringen
met COO in de Isala klinieken
Korte
omschrijving van de programmas
Ervaringen
per kenmerk van COO:
Flexibiliteit.
/ Interactiviteit / Adaptiviteit / Toegankelijkheid van informatie /
Verrijking en verlevendiging
/ Inzicht in de voortgang
/ Bevorderen van motivatie
/ Standaardisatie
Randvoorwaarden
Impliciet
of expliciet?
De
Isala klinieken is een groot regionaal ziekenhuis ontstaan uit de fusie
tussen De Weezenlanden en het Sophia ziekenhuis. De organisatie telt
circa 5000 medewerkers. De afdeling opleidingen houdt zich vanuit de
dienst P&O bezig met het adviseren over, en het ontwikkelen en uitvoeren
van leeractiviteiten voor de gehele organisatie. COO neemt binnen het
totale aanbod van leeractiviteiten in de Isala klinieken (nog) geen
grote plek in.
Als
opleidingsfunctionaris heb ik direct te maken gehad met de voorbereiding,
uitvoering en evaluatie van twee van deze COO toepassingen.
In
dit hoofdstuk wil ik mijn ervaringen naast de kenmerken van COO (hoofdstuk
2) leggen en zo vanuit de theorie en mijn ervaring iets zeggen over
welke transferbevorderende maatregelen (hoofdstuk 3) aan bod komen bij
COO.
Korte
omschrijving van de programmas
Office
COO
Sinds
1998 wordt er in de Isala klinieken gewerkt met een COO toepassing voor
leren van het gebruik van het MS Office pakket. Het Office pakket bestaat
uit een aantal programmas voor kantoorautomatisering en is de
afgelopen jaren gefaseerd ingevoerd als standaard in de Isala klinieken
locatie Weezenlanden. Ook de locatie Sophia zal in de komende tijd overgaan
op het gebruik van dit pakket. Het pakket bestaat uit de volgende toepassingen:
MS
Word; een tekstverwerkingsprogramma
MS
Excel; een spreadsheet of rekenprogramma
MS
Power Point; een programma voor het maken van presentaties
MS
Outlook; een programma voor agendabeheer en het versturen en ontvangen
van e-mail.
De
COO voor het Office pakket (in het vervolg Office COO) is opgebouwd
uit verschillende modulen voor de hierboven genoemde toepassingen, met
daarnaast nog een module voor algemene Office vaardigheden en modules
voor de besturingssystemen Windows 95 en Windows NT (in totaal
7).
Voor
de Office COO worden jaarlijks licentieafspraken gemaakt met de fabrikant
over het aantal op te leiden deelnemers.
Voor
het gebruik van COO heeft de afdeling opleiding de beschikking over
een computer- instructieruimte met 6 computers die zijn aangesloten
op het netwerk van de Isala klinieken. Afdelingen kunnen medewerkers
inschrijven voor de Office COO. Het secretariaat van de afdeling Opleidingen
plant de deelnemers in. De training omvat 4 dagdelen waarin ongeveer
twee modules naar keuze gevolgd kunnen worden. De Office COO wordt begeleid
door opleidingsfunctionarissen die het eerste dagdeel een introductie
verzorgen en daarna steeds meer op de achtergrond blijven. Wel is een
van hen altijd bereikbaar voor vragen en problemen. De COO is na de
cursus ook oproepbaar op de afdeling en de deelnemer kan door het lenen
van een CDROM de COO ook thuis op de computer installeren.
naar
Top
COO
medische terminologie
Daarnaast
is er afgelopen voorjaar een proef geweest met een COO voor medische
terminologie (in het vervolg Mediterm COO). Met behulp van deze COO
worden er volgens een bepaald indelingsprincipe een groot aantal medische
termen actief aangeleerd (ca. 1500) waarbij er door te combineren met
(delen van) woorden passief veel meer woorden gemaakt of herleid kunnen
worden. De Mediterm COO wordt afgesloten met een multiple choice eindtoets.
Voor
de proef is het programma geïnstalleerd op de computers in de instructieruimte.
Er waren vijf dagdelen gepland van 2 ½ uur. Dit bleek achteraf te weinig
waarna er extra dagdelen zijn ingepland. Het is op dit moment niet mogelijk
om de Mediterm COO thuis of op de werkplek te raadplegen, tenzij een
extra licentie wordt aangeschaft.
Computer
Ondersteund Opleiden (COO) is een didactische werkvorm waarbij de leerstof,
oefeningen en/of toetsen in de computer zijn opgeslagen en, bestuurd
door een programma, voor de individuele deelnemer beschikbaar zijn.
Het programma reageert adequaat op de handelingen van de deelnemer waardoor
de voortgang en het niveau van de opleiding zo goed mogelijk aan de
deelnemer zijn aangepast.
Beide
programmas voldoen in grote lijnen aan de definitie van COO. Wel
zijn er aanzienlijke verschillen tussen de programmas. Deze verschillen
komen in de volgende paragraaf naar voren. Omdat mijn ervaring met de
Mediterm COO kleiner is dan met de Office COO zal ik over deze laatste
wat meer kunnen zeggen.
naar
Top
Ervaringen
per kenmerk van COO
Ter
illustratie bij de ervaringen met het gebruik van COO geef ik een aantal
grafieken met gegevens uit evaluatievragen weer. Deze gegevens zijn
verzameld uit de evaluatie-formulieren die na afloop van de Office COO
worden uitgereikt. In totaal zijn er meer dan 100 formulieren over de
afgelopen 2 jaar verwerkt.
Met
nadruk gaat het hier om illustraties bij de tekst en niet om een kwantitatief
onderzoek. Ik onthoud me dan ook van interpretatie van de gegevens.
De
verzamelde gegevens zijn weergegeven in bijlage 1.
Flexibiliteit.
Onafhankelijkheid
van tijd, plaats en docent / opleidingsfunctionaris. De Mediterm COO
was zoals hij nu gegeven is wel afhankelijk van tijd en plaats. De
dagdelen waren vooraf gepland en de toepassing was alleen in de instructieruimte
beschikbaar. Bij verhindering op één van de geplande data is het wel
makkelijk om op een moment dat het goed uitkomt zelf verder te gaan
mits de locatie beschikbaar is. Een van de deelnemers heeft het grootste
deel van de COO op deze manier gedaan.
De
Office COO voldoet meer aan dit kenmerk omdat naast de geplande
data in de instructieruimte ook de mogelijkheid bestaat om de COO
op de werkplek te raadplegen en thuis te installeren. In deze gevallen
is ook sprake van onafhankelijkheid van de opleidingsfunctionaris.
Omdat de Office COO als interne training wordt gevolgd leren de
deelnemers op dezelfde apparatuur die ze ook op hun werkplek tegenkomen.
De
inhoud van beide COO programmas is soms wat minder flexibel.
Dit heeft vooral te maken met het feit dat computers niet kunnen
denken en bijvoorbeeld in een oefening wachten tot een bepaald actie
precies is uitgevoerd. Bij de oefeningen in de Mediterm COO is bijvoorbeeld
slechts één antwoord goed. Geeft de gebruiker als antwoord tweeslachtig
terwijl het tweeslachtige zou moeten zijn rekent het programma
het fout. Door een foutje in het programma moest er op een vraag
zelfs een fout antwoord gegeven worden omdat de computer alleen
dat goed rekende (Speudo i.p.v. Pseudo).
Ook
de Office COO kent dergelijke pietluttigheden als niet precies getypt
wordt wat in de oefening gevraagd wordt (de_Zwart i.p.v. de Zwart).
De
afhankelijkheid van de opleidingsfunctionaris is in mijn ervaring
nog behoorlijk groot.
Vooral
in de introductie van het gebruik van de toepassing gaat nog veel
tijd zitten. De opleidingsfunctionaris geeft informatie over het
gebruik van de toepassing, over de mogelijkheden, maar ook over
de beperkingen zoals hierboven beschreven, maakt een inschatting
van de beginsituatie van de deelnemers, geeft basiskennis die nodig
is voor het gebruik van het programma en geeft advies over de te
volgen modules. In de praktijk betekent dat dat bij de Office COO
de opleidingsfunctionaris het eerste dagdeel bijna geheel moet ondersteunen.
Wel is het zo dat deze investering zich terugbetaalt in de volgende
dagdelen. De afhankelijkheid neemt vanaf het tweede dagdeel sterk
af.
In
de evaluaties geven de deelnemers aan grotendeels tevreden te zijn
met de introductie en de bereikbaarheid (grafiek 1 en 2).


naar
Top
Interactiviteit
In
de Mediterm COO zijn er keuzemogelijkheden tussen categorieën van
oefeningen, bijvoorbeeld stamwoorden of achtervoegsels. De oefeningen
werken wel allemaal op dezelfde manier. De feedback van het programma
bestaat uit het aangeven van goed, fout, een gedeelte goed, etc. Na
een oefening krijgt de gebruiker een cijfer met een suggestie, bijvoorbeeld
"leer dit nog eens" .
In
de Office COO bestaan er ruime keuzemogelijkheden in leervormen
waarin de gebruiker gestimuleerd wordt tot activiteit, bijvoorbeeld
door hypertekst in de theorie, of door met de muis te klikken in
demonstraties. De feedback van het programma vindt plaats door toetsen
met uitleg, het "afvangen" van fouten in oefeningen, bijvoorbeeld
"u heeft de standaardwerkbalk gekozen
., zoek de menubalk".
Bij beide toepassingen is de interactiviteit aanwezig, alhoewel
er een duidelijk verschil bestaat in de mate waarin de deelnemer
(inter)actief kan zijn.
naar
Top
Adaptiviteit
Het
belangrijkste kenmerk wat ik terug vind van adaptiviteit is dat het
voor de deelnemers mogelijk is in eigen tempo te werken. De soms grote
verschillen tussen de deelnemers zijn binnen COO geen enkel probleem.
Ook de mogelijkheid voor de individuele keuze voor leervormen of modules
valt hieronder.
Omdat
veel deelnemers gewend zijn aan klassikale trainingen blijkt dat
er in de introductie van de Office COO aandacht moet zijn voor de
verschillende beginsituaties en de individuele mogelijkheden van
het werken met COO. Het benadrukken van de relatie met het werk
"wat moet je er straks op de afdeling mee kunnen?" bevrijdt
mensen van het idee dat ze alles moeten kunnen en vinden het dan
ook minder erg dat zij nog met de basisvaardigheden bezig zijn terwijl
de buurvrouw zich met "gevorderde" zaken bezig houdt.
naar
Top
Toegankelijkheid
van informatie
Voor
de Mediterm COO is dit kenmerk nauwelijks van toepassing: er is slechts
op een manier toegang tot de informatie en dat is via de oefeningen.
In de Office COO wordt met name in de theorie gebruik gemaakt van
hypertekst. Door op woorden te klikken met de muis komt en een venster
met uitleg over dat woord, of volgt een stap voor stap instructie.
Ook is het bijvoorbeeld mogelijk om vanuit de samenvattingen via hyperlinks
over de behandelde onderwerpen direct naar de betreffende plek in
het hoofdstuk terug te gaan om de informatie nog eens te bekijken
of om een oefening nog eens te doen.
De
mogelijkheid om de cursus op de werkplek te raadplegen is een nog
belangrijker voorbeeld van toegankelijkheid. Hiermee wordt de cursus
haast een Electronic Performance Support System (EPSS): een elektronische
omgeving die gemakkelijk toegankelijk is en de werknemer continu
ter beschikking staat om zijn taak zo goed mogelijk uit te voeren
(Bastiaens,1996).
naar
Top
Verrijking
en verlevendiging van het onderwijsmateriaal
In
de Mediterm COO zit dit aspect vooral in het interactieve van de oefeningen.
De oefening vervangt het "stampen" van woorden uit een boek
door telkens een term aan te bieden waarop de gebruiker de betekenis
moet geven. Vooral in de eerste dagdelen waren de deelnemers hierover
enthousiast, maar na enkele keren trad er een gewenning op, waardoor
het enthousiasme temperde. De verrijking is beperkt.
Bij
de Office COO zijn verschillende vormen van verrijking en verlevendiging
te herkennen. Zo wordt er gebruik gemaakt van animaties om de samenhang
tussen de verschillende modules te illustreren, van demonstraties
waarbij het programma met behulp van bewegende beelden laat zien
hoe een bepaalde actie moet worden uitgevoerd en van oefeningen
die de betreffende toepassing (bijvoorbeeld Word) simuleren waarbinnen
de deelnemer zelf de gevraagde handeling uitvoert. Een andere verrijking
is het gebruik van Hypertekst (zie 4.2.4). In de evaluaties blijken
de oefeningen de meest en de theorie de minst favoriete werkvorm
te zijn (grafiek 3 en 4).


naar
Top
Inzicht
in de voortgang
De
Mediterm COO maakt de voortgang zichtbaar door na elke oefening in
kleur aan te geven of hij is gedaan en tevens met welk resultaat de
oefening is gemaakt. Met behulp van gemengde oefeningen krijgen de
deelnemers een beeld van de beheersing van de verschillende onderdelen
en een eindtoets geeft een score over het geheel. Deze laatste eindtoets
is echter beperkt (10 vragen) en heeft een vaste samenstelling waardoor
de deelnemer door de eindtoets een paar keer te doen de antwoorden
leert zonder dat dat iets zegt over de beheersing van de medische
termen uit de oefeningen.
De
Office COO geeft in het hoofdmenu duidelijk aan d.m.v. "vinken"
welke onderdelen de deelnemer heeft afgerond. Na elk hoofdstuk is
er een multiple choice toets waarbij de vragen steeds wisselen (randomized).
De resultaten worden in een cijfer uitgedrukt. Bij de modules Excel,
Word en Power Point is er een eindtoets in de vorm van een opdracht
die in de betreffende toepassing moet worden uitgevoerd. Daarvoor
wordt een uitgangsdocument bewerkt aan de hand van opdrachten waarna
dit vergeleken wordt met de gegeven eindoplossing.
naar
Top
Bevorderen
van motivatie
Het
enthousiasme van de deelnemers over het werken met COO is over het
geheel genomen groot. Een aantal mensen heeft wel aanvankelijk een
weerstand tegen het gebruik van een computer als cursusvorm. De vaak
terugkomende vraag "krijgen we geen boek?" zegt iets over
de gewenning van deelnemers aan traditionele leervormen. In de praktijk
blijkt de weerstand vaak terug te voeren op "onbekend maakt onbemind"
en neemt de weerstand gaandeweg af. Voor mensen met een weerstand
tegen computers in het algemeen is er een basiscursus computergebruik
die als doel heeft de drempel voor het gebruik van computers te verlagen.
Bij
de Mediterm COO had ik van tevoren mijn twijfels omdat ik bang was
dat de beperkte mogelijkheden van het programma niet zouden aansluiten
bij de verwachtingen van de deelnemers. Ik vond het dan ook verrassend
om te merken dat de deelnemers vooral in het begin erg enthousiast
reageerden op het programma (zie ook 4.2.5).
Bij
de Office COO is een groot aantal deelnemers tevreden over het werken
met COO (grafiek 5).

naar
Top
Standaardisatie
Voor
beide programmas geldt dat bekend is welke informatie er bij
het volledig doorlopen van de COO aan bod komt. Bij de Office COO
is wel duidelijk welke onderwerpen er aan bod komen, maar het precieze
aanbod van de leerstof werd pas duidelijk nadat ik de leerstof zelf
helemaal doorlopen had. Deze informatie is nodig om deelnemers met
specifieke vragen te kunnen adviseren, maar ook om goed te kunnen
kijken naar mogelijke combinaties met andere vormen van leren.
Op
grond van de bovenstaande ervaringen mag gesteld worden dat mogelijkheden
van de programmas behoorlijk uiteenlopen, maar dat de meeste aspecten
van COO in beide programmas te herkennen zijn. Kijkend naar de
soorten COO (zie 2.3) zou de Mediterm COO vallen onder de eerste
soort; "drill and practice" , terwijl de Office COO een combinatievorm
is met daarbij ook enkele simulatie aspecten in de oefeningen en de
demonstraties.
naar
Top
Randvoorwaarden
Naast
de ervaringen per kenmerk wil ik vanuit mijn ervaring een paar belangrijke
randvoorwaarden noemen die van belang zijn om überhaupt met COO te kunnen
werken:
- Ruimte.
Als er zoals in de Isala klinieken gekozen wordt om medewerkers in
de organisatie de training te laten volgen moet daarvoor een geschikte
ruimte zijn.
- Goed
werkende apparatuur. In de daarvoor ingerichte ruimte, maar ook een
voldoende krachtig netwerk om de COO op de werkplek te kunnen raadplegen.
Op het moment dat een computer dienst weigert tijdens een cursus zijn
alle prachtige kenmerken van COO in een keer weg. Gelukkig heb ik
nog maar één keer een groep deelnemers weg moeten sturen bij een algemene
computerstoring.
- Goede
afspraken en technische ondersteuning van automatiseringsdeskundigen.
Voor het installeren van de programmatuur en updates, maar ook voor
het verhelpen van storingen en het beschikbaar maken van de COO op
het netwerk is die ondersteuning onontbeerlijk.
- Goed
werkende COO. Bij de start van de Office COO bleken er in de toepassing
nog de nodige kinderziektes te zitten. Dit is voor deelnemers zeer
storend, en voor de opleider erg tijdrovend en frustrerend.
naar
Top
Impliciet
of expliciet?
Op
grond van de definitie van kennis, de kenmerken van COO en mijn ervaringen
daarmee kan gesteld worden dat COO vooral een bijdrage te levert aan
de expliciete kennis.
In
de formule K= I. EVA is informatie de expliciete kennisfactor en zijn
ervaring, vaardigheid en attitude de impliciete kennisfactoren. Informatie
wordt binnen COO op een flexibele, interactieve en adaptieve manier
aangeboden in verschillende leervormen. De informatie is daarbij goed
toegankelijk. Vaardigheid en ervaring komen wel aan bod in oefeningen
en simulaties, maar slechts in beperkte mate omdat de "werkelijkheid"
daarin wordt teruggebracht tot zijn belangrijkste elementen en variabelen.
Het attitude aspect zou mogelijk kunnen liggen in het kenmerk motivatiebevordering.
Het accent ligt derhalve op de expliciete factor: Informatie.
In
het leerproces volgens Nonaka en Takeuchi (zie 3.2.2) past COO vooral
bij combineren en internaliseren, minder bij externaliseren en nauwelijks
bij socialiseren en bevindt zich daarmee aan de kant van de expliciete
kennis.
Deze
beperking bevestigt mijn aanname dat naast COO aanvullende vormen van
leren nodig zijn om ook het impliciete leren aan bod te laten komen.
naar
Top