COO en Transfer

denboer4u

 

home

voorwoord

inleiding

wat is COO

transfer van kennis

ervaringen

Coo en Transfer

conclusies

samenvatting

woordenlijst

 


Welke kenmerken van COO bevorderen de transfer ?

Schema

Analyse

Nu ik de transfermaatregelen, de kenmerken van COO en mijn ervaring daarmee beschreven heb, kan ik overgaan tot de beantwoording van mijn vraagstelling:

Welke aspecten bevorderen de transfer van kennis bij Computer Ondersteund Opleiden?

Om de grote hoeveelheid informatie te kunnen rangschikken heb ik de kenmerken van COO en de transferbevorderende maatregelen in schema gezet (figuur 4). Daarbij heb ik een vakje aangekruist als het kenmerk te koppelen is aan de transfermaatregel.

Het kenmerk "Inzicht in de voortgang" valt bijvoorbeeld te koppelen aan de maatregelen

geheugenrepresentatie: Het is mogelijk om op basis van al aanwezige kennis keuzes te maken, bijvoorbeeld een onderdeel over te slaan.

vorderingen: In de COO wordt aangegeven welke onderdelen zijn gedaan en wat nog moet.

structuur: In een overzicht van de vorderingen is ook de opbouw van de COO duidelijk terug te vinden.

fasering: Het is mogelijk om in de praktijk aan de slag te gaan met de kennis die is opgedaan en op een ander moment verder te gaan met de COO omdat de voortgang wordt bewaard op naam.

motivatie: Inzicht in de voortgang motiveert omdat voortdurend zichtbaar is hoever iemand is en met welk resultaat.

Inzicht in de voortgang heeft aan de andere kant bijvoorbeeld niets te maken met strategieën of meta-cognitieve kennis. Een kruisje in het schema staat dus voor een verband tussen kenmerk en maatregel, zonder daar een waardeoordeel aan te hechten.

Naar Top

klik hieronder op het plaatje voor het schema

Analyse

Uit het beeld dat hierdoor ontstaat springen aan aantal zaken in het oog:

  • Het merendeel van de "treffers" ligt bij elkaar. In de tabel heb ik dit gedeelte omkaderd. Het kader omvat het gebied van de transfermaatregelen 3 t/m 7 en de kenmerken 1 t/m 6.
  • In hoofdstuk 3 kwam naar voren dat de eerste zeven transfermaatregelen vooral de near-transfer bevorderen. Omdat COO vooral scoort op 5 van deze punten, kan gesteld worden dat COO vooral geschikt is bij leeractiviteiten waar near-transfer voorop staat. Dit komt overeen met mijn ervaringen met COO toepassingen. Met name de Office COO biedt kennis aan die in een vergelijkbare situatie op de werkvloer moet worden toegepast (grafiek 6 en 7).
  • Vanuit de transfermaatregelen gezien valt op dat COO vooral met de maatregelen op het gebied van leeractiviteiten en de motivatie oriëntatie veel te bieden heeft. Ik zie hierbij wel een duidelijk verschil tussen het "drill and practice" type en de combinatie of simulatievorm. De laatste twee kunnen door uitgebreidere mogelijkheden en variatie beter voldoen aan de maatregelen op het gebied van leeractiviteiten en hebben daarom de voorkeur. Deze maatregelen (maar ook de andere transfermaatregelen) zouden bij de aanschaf van een COO bij kunnen dragen aan een goede beoordeling.
  • Vanuit de kenmerken bekeken kan gesteld worden dat de eerste 6 kenmerken van COO de kracht vormen van deze vorm van opleiden. De flexibiliteit, de adaptiviteit en de variatie in leervormen springen daar nog iets boven uit. Bij deze drie eigenschappen biedt COO iets extra’s ten opzichte van meer traditionele leervormen. Als opleider is het praktisch ondoenlijk om tegelijkertijd flexibel te zijn, me aan iedere deelnemer aan te passen en te variëren.
  • De beperkingen waarvan ik vooraf aannam dat ze er waren worden in het schema ook duidelijk. Op het gebied van far-transfer biedt COO weinig mogelijkheden. Het de-contextualiseren, aanbieden van strategieën en meta-cognitieve kennis is iets waarvoor andere leeractiviteiten moeten worden ingezet.
  • Ook het vaststellen van de opleidingsnoodzaak en de daaraan gekoppelde doelen, evenals de betrokkenheid van het management zijn transfermaatregelen die op een andere manier moeten gebeuren. Zoals ook al eerder gesteld is dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opleiders, management en medewerkers. Het goed in kaart brengen van de opleidingsnoodzaak kan voorkomen dat COO oneigenlijk wordt ingezet.
  • De kenmerken motivatie en standaardisatie van COO hebben kennelijk weinig raakvlakken met transfermaatregelen.
  • Motivatie blijkt bij nader inzien niet zozeer een kenmerk van COO, maar meer een effect want de transfermaatregel motivatie-oriëntatie scoort bijna op alle kenmerken.
  • De standaardisatie is kennelijk meer van belang voor de opleidingsfunctionaris (zie 4.2.8) dan voor de transfer.

Met het schema (figuur 4) en met de hierboven beschreven observaties heb ik een antwoord gevonden op mijn vraagstelling. Op grond hiervan en andere bevindingen uit deze scriptie wil ik in hoofdstuk vijf een aantal conclusies en aanbevelingen formuleren.

Naar Top